Franse zege met Surinaamse rand in Bigi Bergi Tour 2010

woensdag 8 september 2010 - door Terence Oosterwolde

Twee dagen lang is de wielergemeenschap in de ban van de Bigi Bergi Tour van Team Presto geweest. Na 260 kilometer, verdeeld over vier etappes, strijkt Marco Pont met de eer. Een Franse overwinning met een Surinaamse rand.

Na zijn eindoverwinning laat de 39-jarige Jacobus ‘Marco’ Pont weten dat zijn hart nog steeds klopt voor Suriname. “Suriname heeft mij de kans gegeven internationaal door te breken”, zegt hij.
In 1976 strijkt Pont als 4-jarige in Suriname neer en doorloopt de lagere, mulo en middelbare school. Hij begint in Suriname zijn wielerloopbaan en schopt het tot de nationale selectie.
Tijdens een internationale race aan de Franse kant valt hij op, verwerft bekendheid en weet een contract af te dwingen. Tot nu toe woont en rijdt hij in Frans-Guyana. “Ik ben Suriname dus heel dankbaar voor alles.”

Franse Zege 1
dWT foto / Annelies Verhelst
Geletruidrager Marco Pont (l) wint de sprint van Murvin Arumjo, die als beste Surinamer eindigde.-.


Eerste etappe (70 kilometer)
Zaterdag 4 september half acht ‘s morgens. Tegenover de Suralco-plant (Paranam) heerst er grote bedrijvigheid bij Le-Kasan Cafetaria. Wielrenners checken hun fiets, de bandenspanning, maken een babbeltje of schudden alvast de benen los.

Franse Zege 2
dWT foto / Stefano Tull
Junior da Silva (r), Moses Rickets en Stephane Merill gaat om wedstrijdleider DesirÈ Eendragt heen bij het keerpunt ter hoogte van de Brokopondo-krachtcentrale.-.

De politie (van Para en Brokopondo) is er, evenzo de Motor Surveillancedienst. Wie er niet is, is Patrick Hart van Gazelle. Twee minuten voor acht – de etappe had eigenlijk acht uur moeten beginnen – arriveert hij. “Ik komt uit de nachtdienst”, laat Hart, brandweerman van beroep, weten.
 Op het terrein loopt Ewald Ceder, de grote motor achter de Bigi Bergi Tour, driftig heen en weer om te checken als alles in place is. Minuten vóór de start, heeft hij een “prettig gevoel” over de race. “Het zullen leuke dagen worden”, verzekert hij.

Franse Zege 3
dWT foto / Stefano Tull
Christopher Cazala zet nog even zijn pet goed, nadat hij de gele trui en pet had ontvangen. De Fransman won de eerste twee etappes.-.


Bij de teach-in de vorige avond, werd duidelijk dat het een Suriname-Frans-Guyana battle wordt. Guyana laat op het laatste moment verstek gaan. “Tot en met donderdag had ik nog contact met ze en vrijdag krijgen wij te horen dat ze door problemen met hun bond niet meer afreizen. Dat is het ... einde verhaal.”

Franse Zege 4
dWT foto / Annelies Verhelst
Gilles Restion wordt als winnaar van de laatste etappe afgevlagd door Dave Lo Tam Soen, die ook de rit niet uitreed.-.

Maar Team Presto laat zich niet uit het veld slaan, want “the show must go on”. Om 8:17 uur start de wielrenshow daadwerkelijk, wanneer wedstrijdleider Desiré Eendragt ter hoogte van het emplacement van Haukes acht Surinaamse wielrenners en vijftien Fransen op weg stuurt.
Na een half uur slaan Junior da Silva van Velo (Braziliaan van geboorte), Loic John en Jean-Michel Clet van ECG, alle drie van Frans-Guyana, een gat met de rest. John moet op gegeven moment lossen, waarna Da Silva en Clet (juniorenwinnaar Tour de Guyane) lange tijd aan kop rijden.

Franse Zege 5
dWT foto / Stefano Tull
Ruiz Ceder van Team Presto (l) houdt zijn bidon om hoog voor de volgauto van zijn ploeg. Kort daarna kreeg hij water en kon hij er weer hard tegenaan.-.


Met nog achttien kilometer te gaan – wanneer ze de afslag naar Brownsweg nemen – en een minuut achterstand, komt het peloton in actie. Bij de tweede brug sluit Ruiz Ceder van Team Presto zich als eerste aan bij de vluchters, direct gevolgd door Murvin Arumjo van Gazelle.
Na 1:35:30 is het peloton bijeen. In de grote groep voltrekken zich kat en muis-spelletjes tot Christopher Cazala met nog een kilometer te gaan, zijn kans schoon ziet. Het peloton reageert te laat en de Fransman wint in 1:48:26. In de sprint om de tweede plaats troeft Pont zowel Arumjo als Da Silva af.

Franse Zege 6
dWT foto / Stefano Tull
Junior da Silva, de agressiefste renner tijdens de Bigi Bergi Tour, aan kop van het peloton.-.

De laatsten die binnenkomen zijn Nigel Sloot (2:11:43), Xavier Parmanand en Dave Lo Tam Soen (2:12:54). De Fransman Jean-Luc Mayot krijgt bandenpech en is officieel de laatste die binnenkomt.

Bij Fargo’s Place rusten de renners uit voor de tweede etappe. Het wordt baden, masseren, relaxen, eten en misschien wat bijbabbelen. Pont heeft het zwaar. “Ik ben nog niet helemaal hersteld van de Ronde van Frans-Guyana (1.200 km in negen dagen). Ik voel mij nog steeds moe, maar ben gekomen om Ewald.”

Zijn concept in de eerste etappe was dan ook om niet teveel tijd te verliezen. Dat hij zo dichtbij de winst zat, maakt dat hij niet echt tevreden is. “Ik had graag willen winnen, maar als ik kijk naar mijn lichamelijk conditie dan ben ik tevreden. Je moet niet vergeten dat ik een jaartje ouder wordt”, aldus de 39-jarige.

Hij vindt dat hij plaats moet maken voor jongeren. Eén van ze is Arumjo, die de beste Surinamer wordt. “Het was vrij zwaar”, zegt die. “Na nog geen twee kilometer zag ik 55 kilometer per uur. Ik dacht van ‘oh jee, wat gebeurt er nou’.”

Toch voelt hij zich vrij goed. “Ik ben niet moe. je voelt wel wat, maar ik ben niet diep gegaan.” Ook hij zag de winst zitten. “Maar ik had geen (goed) team om mij te verdedigen. Ik had geen back-up. Ik heb mijn teamgenoten Jermaine Albertzoon en Erico van Bossé gemist.”

Ruiz Ceder kreeg na het terughalen van de vluchters bandenpech en krampen in de laatste kilometers. Daardoor wordt hij slechts vijftiende. Na zeventig kilometer voelt Ceder zich echter goed. “Alleen pech dat de band is geboord.”

Tweede etappe (90 kilometer)
Tegen over twee komt Fargo’s Place weer tot leven. De renners maken zich klaar voor de tweede etappe. Pont, Arumjo en Ceder hebben allemaal hun eigen kijk op de rit.

Pont lachend: “Als ik er zo tegen aankijk, ga ik niet naar de start. Maar wij zijn wielrenners en hebben verplichtingen. Wij gaan proberen er een mooi spektakel van te maken.” Zijn doel is duidelijk: geen tijd verliezen en gewoon met de eerste groep binnenkomen.

Ceder gaat er voor beter te finishen, terwijl Arumjo zegt dat het altijd moeilijk is voorspellingen te doen. “Het is pas het begin. We zullen kijken wat het wordt, maar ik beloof wat”, zegt hij geheimzinnig.

Bij de afslag naar Stoneiland, waar de eerste etappe eindigde, reikt Jerry Finisie, super intendent communication relation van IAmGold, de gele trui uit aan Cazala. Nadat hij de winnaar in het Engels toespreekt, richt hij zich tot de Surinamers. “Den man san e verstan, un wini yere.” Hij had het misschien in het Nederlands moeten doen, want enkele Fransen verstaan het Sranantongo.

Om 14:44 uur geeft Finisie het startsein. Al heel vroeg gaat Moses Rickets van Team Presto in de aanval. Hij krijgt de ECG-renners Eric Vincent, Stephane Merill en Clet met zich mee. De voorsprong is al gauw een minuut, waardoor Rickets virtueel in het geel zit. Maar er is nog een lange weg te gaan.

Da Silva voegt zich later bij de vluchters en vervult samen met de Surinamer de trekkersrol. Bij het keerpunt – bij de Brokopondo-krachtcentrale – rijden Rickets, Da Silva, Clet en Merill aan kop. Bij ‘mast 116’ is de voorsprong veertig seconden, maar 11,5 kilometer verder zijn alle vluchters teruggehaald.Na twee uur rijden, rest de renners nog tien kilometer. Afwisselend wordt de groep getrokken, maar de renners lijken zich te ‘berusten’ in een eindsprint. Deze wordt heel vroeg ingezet. Uiteindelijk slaat Cazala opnieuw zijn slag. In de sprint om de tweede plaats troeft Arumjo deze keer Pont wel af.

Cazala blijkt geen kleine jongen te zijn. Hij rijdt in Frankrijk en doet in Frans-Guyana alleen grote wedstrijden. In de Tour de Guyane pakte hij twee dagzeges en was hij de hoogst-geklasseerde van ECG. Omdat hij een week langer in Frans-Guyana bleef, kwam hij met zijn teamgenoten naar Suriname.

Arumjo geeft toe dat de eerste plaats steeds dichterbij komt. “Ik heb het vandaag al geprobeerd, maar heb pech gehad. Door concentratieverlies was mijn verzet te zwaar. Cazala had een kleiner verzet en daardoor een betere acceleratie.”

De vroege aanval van Rickets was niet gepland. “Maar het is zo uitgekomen. Het was niet de bedoeling, maar je moet je kansen grijpen. Het is jammer genoeg niet gelukt.”

Dat komt vooral door de “slechte” samenwerking met de Fransen. “Ze hebben mij al het werk laten doen. Toen Da Silva erbij kwam, bleef het zwaar voor hem en ik, omdat die anderen niets meer deden. Daardoor is het peloton ingelopen.”

Op de beklimmingen was opvallend dat het tempo zwaar terugviel naar ‘slechts’ vijftien kilometer per uur. “Ik denk dat de etappe van vanmorgen ons vermoeid heeft”, legt Rickets uit. Overigens was de tweede etappe moeilijker; “die was langer en het parcours was toffer dan vanmorgen.”
Pont voelt zich ook na de middagrit niet echt lekker. “Gezien mijn leeftijd herstel ik nu moeilijker dan vroeger. Daarom heb ik niet geprobeerd om al te gekke dingen te doen.”
Door de aanwezigheid van zijn teamgenoten, hoefde hij trouwens niet tot het uiterste te gaan. “Ze hebben het vieze werk gedaan, waardoor ik heb kunnen meefietsen.”
Toch is hij duidelijk over zijn verwachtingen. “Ik heb de ambitie om deze wedstrijd te winnen.”
De etappe eist zijn tol: Clet, Parmanand, Lo Tam Soen, Sloot en Mallet maken de negentig kilometer niet vol.

Derde etappe (individuele tijdrit 10 kilometer)
Zondagochtend bij de derde etappe is elke renner op zichzelf aangewezen, want op schema staat de rit tegen de klok. Cazala geeft zich bij voorbaat gewonnen. “De tijdrit is niet echt mijn specialiteit, maar ik ga proberen alles te geven”, zegt hij.
Bij Pont is het juist anders: “Ik ga proberen in de tijdrit de gele trui te pakken en dan proberen met mijn ploeg te controleren in de laatste etappe.”
Rickets, nationaal tijdrijden kampioen van Suriname, staat vierde overall en weet wat hem te doen staat. “Ik sta nu vrij goed in het algemeen klassement. Ik denk dat ik ervoor moet gaan om iets hogerop te komen.”

Ter hoogte van de Hilversum-manege aan de Anton Dragtenweg starten 23 renners. Veteraan Arnold Adame en de junior Lesley Cairo maken hun debuut, terwijl Sloot en Mallet niet starten. Adame start als eerste, geletruidrager Cazala als laatste.

Pont houdt woord en rijdt de concurrentie aan flarden. Met een sublieme tijd van 12 minuten, 13,26 seconden eindigt hij als winnaar en neemt de gele trui over van zijn teamgenoot. Da Silva is de enige die bij hem in de buurt komt: 12:55,38. Alle anderen zet Pont op minimaal één minuut.
De beste Surinamer is Rickets (13:35,19). Maar hij is ontevreden en vindt dat hij met vijftien seconden bestolen is. Op zijn spilometer stond een veel snellere tijd dan die van de officials.
Ook de uitleg van hoofdofficial Saskia Karg – ze toont hem de stopwatches met de tijden en de sheets van binnenkomst – maken geen indruk op de renner. “Als het één seconde was, zou ik het laten, maar dit zijn vijftien seconden.”

Uiteindelijk maakt Ceder een einde aan de discussie: Case closed!

Vierde etappe (90 kilometer)
Zondagmiddag, de laatste loodjes. Het peloton zwelt met tien renners aan: Adame, Cairo, de Fransen Joseph Pierre en Leslye Claire, Patrick Renfrum, Jahmell Meerberg, Paul van Haaren, Etienne Lee Fat en Jermaine Albertzoon. Ook Teun de Ridder is van de partij. Op zijn 30ste jaardag nog wel.

De etappe, die om half drie ‘s middags moet starten, begint om 15:07 uur. Kort daarvoor mag Pont de gele trui aandoen.

Na Residence Inn waagt Oral Sebico de eerste vluchtpoging. Hij krijgt twee renners mee, inclusief Da Silva. Na tien minuten is het peloton weer bijeen, maar bij het keerpunt bij de warungs van Leonsberg gaat Parmanand aan kop.

In de tweede ronde bouwen Kevin Nemor en Mayot een voorsprong van dertig seconden op, maar na een uur – de derde ronde – is het peloton weer bijeen. Zo’n vijf minuten later gaat Parmanand weer aan de haal en loopt hij samen met Lee Fat zo’n twintig seconden uit. Voor Albertzoon komt de rit tot een einde door bandenpech.

Ook in de vierde ronde rijdt Parmanand aan kop, maar de broers Lucas en Gwenael Saint Louis en John nemen in de vijfde ronde het voortouw. In de laatste kilometers is de groep weer bij elkaar, maar vanaf On the Run weet Gilles Restion een gat te forceren en het vier uit vier te maken voor ECG.

Eric Vincent wordt tweede, terwijl Pont in de sprint om de derde plaats Arumjo opnieuw te snel af is. Daarmee claimt hij de eindoverwinning. Helemaal tevreden is hij niet. “Ik heb heel zuinig gefietst. Had ik betere benen dan zou ik vanaf de eerste etappe aanvallen en zouden de verschillen groter zijn.”

Ook Arumjo was niet echt happy, omdat hij tenminste één etappe had willen winnen. “Maar het is jammer genoeg niet gelukt. Ik zag het wel voor me, maar had gewoon geen team om mij te helpen.”

Overall is hij tevreden. “Maar het kon wel beter.” Ook Pont zwaait lof toe aan de Surinaamse kampioen op de weg. “Hij is een heel goede renner”, zegt hij. “Maar doordat er in Suriname twee maanden geen wedstrijden zijn gehouden, is het moeilijk om de aansluiting te vinden met jongens die elke week (wedstrijd)fietsen.”

Arumjo vindt het lastig dat er geen wedstrijden zijn. “Maar ik heb altijd de discipline om mijn vorm goed te houden. Ik wist dat de wedstrijd er zou zijn, dus ik heb niet stilgezeten.”
Hij vindt het jammer dat er geen mogelijkheden voor de renners wordt gecreëerd voor andere wedstrijden in de regio. “Wij kunnen goed mee in het Caribisch Gebied, maar de mogelijkheden krijgen wij niet.”

Ruiz Ceder, die in de laatste etappe van fiets moest verwisselen door een probleem met zijn zadel, vindt dat het schort aan ervaring bij de lokale renners. “Wij hebben in de twee dagen heel veel geleerd. Het verschil met de Fransen is dat ze zich aan de afspraken houden en echt als team rijden.”
Hij pleit voor nog meer begeleiding van de Surinamers. “Wij hebben begeleiding nodig om tactischer te rijden. Wij kunnen het wel, maar tactisch zijn wij nog ver achter.”

De jarige De Ridder vond het heerlijk om op zijn jaardag te fietsen. “Het is toch leuker om met zoveel jongens te rijden dan de kleine groep waarmee wij gewend zijn. Het ging sneller.”
De Ridder geeft toe dat het tempo maken of een ontsnapping forceren er niet in zat. “Het was gewoon meefietsen, maar ik was blij dat ik er aan het einde nog tussen zat.”

Ewald Ceder, de grote man achter de race, blikt positief terug. “Wij mogen niet ontevreden zijn. Ik denk dat het een succes is geweest, zeker voor de Surinaamse renners. Ze hebben genoten en hebben op niveau kunnen participeren. Dat is belangrijk.”

De Bigi Bergi Tour is de investering waard geweest, maar Ceder vindt wel dat de support van de eigen mensen beter kon. “Op cruciale momenten krijg je de ondersteuning niet, maar wij hebben het toch kunnen coveren door mensen als Earl van Wilgen, Clayton Mendonça en de commissie.
De stap naar Brokopondo is een bewuste geweest. “Wij willen meer mensen, meer jongeren betrekken bij de sport.” Ceder, die belooft dat de race volgend jaar terugkomt, sluit ook niet uit dat er andere districten aangedaan zullen worden. “De andere districten hoeven niet ongerust te zijn. We are coming!”.-.

<< Terug naar Nieuws

Foto's

@nodeName@nodeName@nodeName@nodeName
 
de schakel